Welzijn in wijk en stad > Weblogs Buurtbemiddeling

12 juni 2020
 

“SO, IT’S NOT MY PROBLEM!“                                

Het is juni. Vogels zitten nog trouw op hun nest. Zij wachten liefdevol op het moment dat hun kroost uit de eieren zullen komen. Het is bijna zover. Vanaf het eerste moment zullen ze voor hun jongen zorgen. Niet alleen voeren is belangrijk, maar ook leren en oefenen. De jongen moeten leren hoe ze hun vleugels kunnen gebruiken, leren hoe ze aan voedsel kunnen komen en ook welke gevaren er zijn en bij wie ze veilig zijn.

Leren, we doen het ons hele leven lang. Ook tijdens deze coronacrisis. We leren dingen waar we drie maanden geleden nooit aan gedacht zouden hebben. Thuis werken, vaak handen wassen, mondkapje dragen. En ook anderhalve meter afstand houden en geen hand geven. Maar ondanks die afstand  hebben we ook geleerd om interesse te blijven tonen in de ander. De juffen en meesters reden door de straten in hun versierde auto’s, medewerkers en vrijwilligers kregen een kaart thuis gestuurd om ze een hart onder de riem te steken. En in het programma ‘All you need is love’ werden veel mensen in het zonnetje gezet.

Zo mooi om iemand te zien stralen!

Maar voor een paar bewoners van Almere was dat stralen nog even niet weggelegd. Ze hadden al een tijdje een conflict met elkaar.

“OPZOUTEN!!!‘‘  

Een aanvraag voor buurtbemiddeling.

Meneer A, een rasechte Amsterdammer, bleek overlast te hebben van de buren. Vooral het zoontje bezorgde hem een hoop irritaties. Tijdens het buitenspelen kwam de bal regelmatig in zijn mooie tuintje. Het ging meestal goed, maar een keer waren de tulpen geknakt. Toen het zoontje de bal wilde pakken was hij daar niet van gediend. “Opzouten!”, had hij gezegd. Maar het hielp niet. In een onbewaakt ogenblik had de jongen toch weer de bal uit zijn tuin gehaald.

Hij zei ons: “Ik ben gekke Gerrit niet” en vroeg of Buurtbemiddeling iets voor hem kon betekenen. Na uitleg over Buurtbemiddeling wilde hij heel graag het gesprek met deze buren aangaan.

De bemiddelaars gingen bij hem langs en hadden daarna ook een bezoek gebracht aan de buren. De buren, een voornamelijk Engelstalig expatgezin met één kind en de tweede op komst, waren allerhartelijkst. Mevrouw B, een temperamentvolle vrouw, zei dat de buurman wel vaker klaagde, maar kinderen moeten toch kunnen spelen? Zelf was hij ook geen lieverdje vertelde ze. Hij had een keer haar vuilcontainer omgegooid bij haar voordeur. Ze had geen idee waarom.

En daar zaten ze nu. Tegenover elkaar. Met aan de kopse kant de bemiddelaars. Buurman B was voor zaken een maand naar het buitenland en kon niet bij het gesprek zijn.

Bij binnenkomst was de toon al gezet. Buurman A zag de buik van buurvrouw B. en zei: “Krijg nou wat! Nog een snotneus op komst!” De bemiddelaars richtten zich meteen tot beiden en legden de gespreksregels uit. En toen kwamen de verhalen los. Meneer A brieste over de bal in zijn tuin en ook dat ze iets moest doen aan die stinkende vuilcontainer, die steeds zó vol zat dat de klep openstond. “Het meurde als een gek.”

Mevrouw B was ook niet op haar mondje gevallen. Ze vond dat haar zoontje het recht had om buiten te spelen en als hij nou eens wat vriendelijker was dan was het allang opgelost. Ook vertelde ze dat haar zoontje nog excuses had gemaakt over de geknakte tulpen en ze had hem zelfgemaakte Spaanse churros meegegeven voor de buurman. Maar die kwamen weer ongeopend terug. Tsja, en die vuilcontainers waren gewoon veel te klein. Zeker nu ze al maanden bezig was met het opruimen van de zolder. “So, it’s not my problem!”, zei ze fel. 

De bemiddelaars zagen dat beiden met de hakken in het zand zaten en geen interesse in het probleem van de ander toonden.

Tijd om wat dieper op de zaken in te gaan. “Hoe was het voor u dat de buurjongen zijn excuses kwam maken?” vroeg een van de bemiddelaars aan meneer A. De buurman was stil en slikte een keer. Na een slok water begon hij te vertellen : “ik ben al een poossie in me uppie”. Hij vertelde dat zijn dochter in Australië woont en dat hij zijn kleinzoon van vier jaar nog nooit had gezien. Alleen met Skype. Hij had zo graag met hem willen stoeien en vissen en …… voetballen. En iedere keer als die voetbal in de tuin kwam werd hij er weer aan herinnerd. En net toen hij een Skypegesprek had gehad met zijn kleinzoon stond de buurjongen aan de deur. Dat werd hem net iets te veel.

“Mijn zoon mist zijn opa in Spanje ook”, zei mevrouw B zacht.

En deze ene zin bracht een omslag teweeg in het gesprek.

Meneer A voelde met de buurjongen mee. Hij zou wel een keer een potje willen voetballen met hem. Ook bood hij zijn vuilcontainer aan. Hij was immers alleen en had niet zoveel afval.

Bij mevrouw B verscheen een glimlach op haar gezicht. Ze was hier erg blij mee.

De bemiddelaars hebben na vier weken nog gebeld. Beiden gaven aan dat het goed ging. Inmiddels was de baby geboren en was meneer A op kraamvisite geweest. Hij had niet alleen een cadeau meegenomen voor de baby, maar ook een bal voor het buurjongetje! Ze spraken elkaar nu ook vaker en er waren geen spanningen meer.

EN BEDENK; ALS JE EEN BEETJE AANDACHT AAN DE ANDER SCHENKT, DOET DAT DE ANDER ÉN OOK JOU GOED! #DASLIEF



   

   

 

  
    Mireille Maste 
    coördinator Buurtbemiddeling

 

 


15 mei 2020

Een veilig gevoel

De maatregelen in verband met de coronapandemie zijn inmiddels iets versoepeld. Het is nu mei.

Vanuit het keukenraam zie ik vogels af en aan naar hun plek in boom of nestkastje vliegen. Ze hebben een plek uitgekozen voor hun jongen die hier over een aantal weken geboren worden. Een speciale en veilige plaats.

Een veilige plek, het is een van onze basisbehoeftes. Door deze coronacrisis zijn we ons daar nog meer van bewust. We willen een veilige plek en een veilige omgeving. Gelukkig zijn er tal van bedrijven die hard werken om het voor hun bezoekers veilig te maken. Zo verschijnen er schermen van plexiglas, doen medewerkers hun uiterste best om alles te desinfecteren en zie je op anderhalve meter een strook tape op de vloer. Het geeft een veiliger gevoel, het doet me goed.

Een compliment aan al deze medewerkers!

Een compliment geven is niet altijd gemakkelijk. Het is meestal het laatste waar buren aan denken als ze een conflict met elkaar hebben.

“Kan die rotherrie wat zachter!”

Ik blik terug op een melding in mei vorig jaar.

Mevrouw A., een jonge alleenstaande moeder, belde naar Buurtbemiddeling. Haar dochtertje kon niet slapen door de muziek van de buren. De buren, een ouder echtpaar, zetten steevast ‘s avonds de muziek hard aan. “Iets van Bach of Mozart. Vreselijk”, zei ze.

De buurman was een norse man. Zijn vrouw was wel vriendelijk, zij groette altijd. Maar de laatste weken had mevrouw A. haar niet meer buiten gezien. Anders had ze haar wel aangesproken.

Toen mevrouw A. op een vrijdagavond bezoek kreeg van vriendinnen, was het weer raak. Net toen zij haar dochtertje naar bed had gebracht denderde de klassieke muziek door de muren heen. Het driejarig dochtertje van mevrouw A. begon te huilen. En toen werd het haar te gortig.

Stampvoetend liep ze naar de buren en belde aan. Er werd niet open gedaan, terwijl ze toch echt thuis waren. Ze opende de brievenbus en schreeuwde: “Kan die rotherrie wat zachter!” Maar ook dat hielp niet.

De volgende dag nam mevrouw A. contact op met Buurtbemiddeling.

Onze buurtbemiddelaars zijn bij haar langsgegaan en daarna bij de buren. Buurman B. wilde wel in gesprek met mevrouw A. Zijn vrouw kon er niet bij zijn. En zo kwam er twee weken later een bemiddelingsgesprek in het buurthuis. Mevrouw A. vertelde dat ze zich ongelooflijk ergerde; ‘alsof er een orkest in mijn woonkamer zit’. En dat haar dochtertje niet kon slapen door die herrie. Dat hij niet eens opendeed, terwijl hij wel thuis was, vond ze onbegrijpelijk en asociaal!

‘Asociaal, asociaal’, riep hij, ‘weet je wat asociaal is? Het is asociaal als die rook bij ons naar binnen walmt. Dat is asociaal!’ En hij sloeg met zijn vuist op tafel.

Mevrouw A. schrok van de vuist op tafel. Het bleef een paar seconden stil. Na de vraag van de bemiddelaars aan buurman B.: ‘Kunt u daar iets meer over vertellen?’, kwam het hoge woord eruit.

De buurman had al drie weekeinden achterelkaar last van de rook van de vuurkorf die bij mevrouw A in de tuin stond. De rook kwam niet alleen zijn tuin, maar ook zijn woonkamer in. Vooral zijn vrouw had daar erg last van. ‘Zij heeft COPD’, zei hij. ‘En nu… zijn stem stokte, en nu is ze ook aan het dementeren. Daarom kon ze niet bij dit gesprek zijn’.

Mevrouw A had zich niet gerealiseerd dat de rook overlast veroorzaakte en al helemaal niet dat haar buurvrouw aan het dementeren was.

‘Maar waarom deed u dan niet open toen ik aanbelde?’ vroeg ze.

‘Mijn gehoor is niet al te best, ik ben zesentachtig!’ zei de buurman. ‘Vroeger ging ik altijd met mijn vrouw naar het concertgebouw. Maar dat kan niet meer. Dus zet ik de muziek nu thuis op. We genieten ervan. Ik merk dat mijn vrouw daar vrolijk van wordt. Dus die muziek gaat echt niet uit!’ En weer sloeg hij met zijn vuist op tafel.

‘Ja, daar kan zij dan wel vrolijk van worden, maar ik word er niet vrolijk van’, zei mevrouw A. ‘Mijn dochtertje wordt er wakker van.’ Ze liet zich niet uit het veld slaan door die vuist op tafel.

‘Ja en wat nu?’ vroeg een van de bemiddelaars.

Buurman B. haalde diep adem en kalmeerde een beetje. Hij zag in dat het niet fijn was voor het dochtertje van de buurvrouw dat zij niet kon slapen. Hij zou er rekening mee houden en voortaan de muziek ’s middags opzetten.

En toen deze oplossing voor de muziek er was, was mevrouw A. opgelucht. Zij kwam met een verrassende oplossing voor de vuurkorf, want ze vond de vuurkorf zelf ook eigenlijk niet zo prettig. Zeker op de momenten als die aan stond en haar dochtertje ook in de tuin was. Het zou niet meer dienen als vuurkorf, maar ze zou er een mooie plant in zetten.

Nu alles uitgesproken was konden beide bewoners weer met een goed gevoel naar huis. Voor ze het buurthuis verlieten gaven ze elkaar de hand. ‘Bedankt voor het prettige gesprek’ zei de buurman.

Eind goed al goed, met een compliment tot gevolg.

En bedenk: Maak eens een compliment, het doet de ander echt goed! #Daslief

Zolang we bewoners niet thuis kunnen bezoeken bieden we telefonische pendelbemiddeling aan. Ook hebben we in de afgelopen weken veel advies gegeven en bewoners gecoacht. Uiteraard houden ook wij ons aan de RIVM-maatregelen.

Tot een volgende keer!

Mireille Maste
coördinator Buurtbemiddeling



16 april 2020


De moed erin houden in onzekere tijden

We moeten ons al een aantal weken houden aan allerlei maatregelen in verband met het coronavirus. Inmiddels is het april.

Afgelopen weken hebben we weer veel zonnige dagen gehad. De zaadjes van pastinaak, wortel en bietjes zijn uitgekomen. De eerste blaadjes komen boven. Het maakt me blij om te zien hoe alles in de tuin groeit en bloeit. Natuurlijk groeien deze plantjes niet zomaar. Ze hebben wel aandacht nodig, aandacht in de vorm van water geven en onkruid wieden.

En ook veel mensen om ons heen hebben aandacht nodig. Het is voor menigeen geen gemakkelijke tijd. Gelukkig starten er veel mooie initiatieven en komen er veel positieve berichten voorbij. Zoals het bericht van Almeerder Ali B, die samen met de sierteelt ervoor heeft gezorgd dat er op Goede Vrijdag 150.000 boeketten werden rondgebracht om ouderen wat fleurigheid te bezorgen. Zo mooi!

Van positieve berichten krijgen we energie.

Ook bij Buurtbemiddeling hebben we gezocht naar een manier om in deze tijden de bewoners van Almere behulpzaam te kunnen zijn. Behulpzaam op een manier waarbij we niet bij de bewoners langs hoeven komen. Want huisbezoeken zijn nu tijdelijk niet toegestaan.

Toch kan Buurtbemiddeling ook in deze tijd worden ingeschakeld als er een irritatie of conflict met de buren is. We kunnen telefonisch advies geven, we kunnen informatie verstrekken en nu bieden we ook telefonische pendelbemiddeling aan. Telefonische pendelbemiddeling houdt onder andere in dat we met beide buren apart telefonisch contact hebben, waarbij we kijken naar wat de wensen en behoeften  van beide buren zijn.

Buurtbemiddeling Almere bestaat al 23 jaar. Irritaties en conflicten kunnen gemakkelijk ontstaan. Bemiddelaars zijn getraind om gesprekken met buren te begeleiden. Gesprekken die vaak succesvol zijn.

Zo werden wij enige tijd geleden (voor de coronacrisis) gebeld door mevrouw A, een dame op leeftijd. Ze meldde ons dat ze overlast had van de hond van buurman B. De hond van buurman B sloeg bij het minste of geringste aan en dat was niet het enige. De hond werd door buurman B steeds door de voordeur naar buiten gezet. Het gevolg was dat de hond vaak in de tuin van mevrouw A zijn behoefte deed. Mevrouw A was hier erg boos over. Ze zag de buurman nauwelijks, maar op een keer met mooi weer stond hij in zijn tuin. Buurvrouw A had toen over de heg naar buurman B geschreeuwd: Houd die rothond eens bij je! ….. Maar dat had niets geholpen. Uiteindelijk is Buurtbemiddeling ingeschakeld. Bemiddelaars zijn bij buurvrouw A geweest en hebben naar haar verhaal geluisterd. Daarna zijn ze naar buurman B gegaan en hebben ook zijn verhaal gehoord. Het bemiddelingsgesprek dat volgde had voor beiden een verrassende wending. Buurvrouw A was erg boos op haar buurman en dat liet ze goed blijken! Over en weer kwamen er verwijten. De bemiddelaars begeleidden het gesprek. Gedurende het gesprek bleek dat ze eigenlijk een heleboel dingen niet van elkaar wisten. Buurvrouw A was erg eenzaam en buurman B vertelde dat hij nauwelijks de straat op durfde te gaan en dat hij hiervoor in therapie was. Hij was met lood in zijn schoenen naar dit gesprek gekomen. Wat volgde was begrip. Buurvrouw A bedankte haar buurman dat hij hier toch naar toe was gekomen. Buurman B begreep waarom buurvrouw A boos op hem was en bood zijn excuses aan. Hij had graag gewild dat hij zijn hond weer iedere dag uit kon laten, maar durfde nog maar heel kleine stukjes buiten te lopen. Daarop bood buurvrouw A zelfs aan om de hond uit te laten. Het leek haar zelfs erg leuk, ze zou zich dan minder eenzaam voelen. Het was al met al een mooi gesprek met een positief resultaat.

Irriteer je je aan de hond van de buren, staat de muziek vaak hard of ligt die bal weer in je tuin? Probeer dan op een positieve en vriendelijke manier je irritatie kenbaar te maken aan de buren. Heeft dat niet het gewenste resultaat? Neem dan contact met ons op!

En bedenk: Als je iets positiefs doet heb je grote kans dat je iets positiefs terugkrijgt! #daslief

Tot een volgende keer!   

Mireille Maste
coördinator Buurtbemiddeling


 

9 april 2020

Beste bewoners van Almere.

Het is een rare tijd waarin we steeds meer in en bij onze woning zitten.

Van het weekend scheen de zon. Het was heerlijk weer. Uit de wind en in de zon leek het bijna zomer. De maand maart, voor mij de maand waarin ik weer in de tuin aan de slag ga. De zaadjes van wortel, pastinaak en bietjes gaan de grond in. Tijd om te groeien. Tijd voor een nieuwe start.

Maar ook de wereld heeft een heel nieuwe start gemaakt. Een heel andere en onverwachte wending die we niet zagen aankomen.

Veel Almeerders zitten thuis en velen horen en zien nu vaker onze buren; de klussende buur, de buiten spelende kinderen, de grasmaaier. Hoe is dat om steeds in en om het huis te verblijven? Gaan we ons toch ergeren aan het geluid van buren? Of vinden we het juist leuk als er een buur voorbij loopt en even zwaait?

Is het dan nu tijd voor wat saamhorigheid? Al is deze op afstand. We kunnen als buren iets van ons laten horen. Neem het applaus van dinsdag 17 maart om 20.00 uur voor alle hardwerkenden in de zorg. Wat een mooi gebaar!

Tijd voor ons om de inwoners van Almere nog meer tips te geven om het iets aangenamer te hebben met en toch ook weer zonder elkaar. Maar wel met een beetje aandacht voor elkaar.

Zoals ik hierboven al beschreef: Even zwaaien naar elkaar wordt vast gewaardeerd, zeker door die ene buurman of buurvrouw die nu even geen (klein-)kinderen op bezoek krijgt.

En hoe zou jij het vinden als de buurman of buurvrouw langsloopt en vraagt: Gaat alles goed? Ook als hij/zij binnen zit en jij de hond uitlaat kan dat. Bijvoorbeeld door het gebaar ‘duim omhoog’ waarbij je gezichtsuitdrukking een vragende blik heeft.

Of je stuurt een appje: Hoe gaat het met jullie? Of een mailtje: Redden jullie het een beetje?

Een kopje koffie bij de buren drinken? Nee, dat niet, maar een kaartje bezorgen met de tekst: “Lieve buur, vandaag geen kopje koffie, maar over een paar weken hoop ik dat het wel weer kan!”. Hoe leuk is dat om te krijgen!

Natuurlijk horen we nu iedere dag de kinderen binnen en buiten spelen. En natuurlijk zijn er buren die, nu ze thuis werken, de wasmachine van de buren horen of de hond horen blaffen.

Wat als je je hier toch echt aan ergert?

Ervaar je overlast, communiceer hierover met de buren op een vriendelijke manier.

Als je je er echt aan ergert, kan je natuurlijk bellen met ons. Doe gerust een verzoek tot buurtbemiddeling, dan nemen wij contact met je op en gaan we samen kijken welke mogelijkheden er zijn.

Verder is ons advies: Heb begrip voor elkaar en voor de situatie. Kijk op de website van De Schoor. Er zijn mooie initiatieven, zoals Coronamaatjes, Klare Taal Corona Journaal en #stayathomealmere.

Maar vooral: schrijf iets leuks aan een ander, dan krijg je misschien ook een leuk bericht terug!

Tot een volgende keer!
Mireille Maste
coördinator Buurtbemiddeling



© De Schoor, Welzijn in Almere | Haagbeukweg 153 | Postbus 1220 | 1300 BE Almere | Telefoon 036 - 52 78 500 | E-mail: info@deschoor.nl